Interview Steve Austen met Donald Pols
een coproductie van Felix Meritis Connecting Cultures & Steve Austen ©
Een letterlijke neerslag van het tv-interview in de serie Beslissers van Morgen dat werd geproduceerd en uitgezonden door Kunstkanaal in co-productie met Stichting Felix Meritis in 2002.
“Globalisering is eigenlijk toevallig langsgekomen. Als anarchistisch collectief zijn we al enkele jaren, al vijf jaar, sinds ons ontstaan, bezig met het opbouwen van een solidaire samenleving. Gebaseerd op de vrijheid van het individu en verantwoordelijkheid voor elkaar, voor je omgeving, voor de samenleving en het milieu. En verzet tegen een specifieke vorm van globalisering is een gevolg van onze uitgangspunten. Omdat globalisering het gezag centraliseert in handen van een klein groepje mensen dat eigenlijk zo goed als geen beperking op hun macht heeft. Het centraliseert ook de financiële middelen bij een kleine groep mensen. Als dat nog ten goede aangewend zou zijn, dan had je er nog over kunnen discussiëren. Maar het wordt gebruikt om die kleine groep mensen ten koste van de meerderheid van de wereldbevolking en ten koste van het milieu uit te bouwen. En daar verzetten wij ons tegen. Maar het verzet is eigenlijk een gevolg van waar we al jaren mee bezig zijn.
En daarbij ook politieke globalisering. De economie is natuurlijk de financiële middelen die gecentraliseerd worden, maar ook de politieke macht wordt gecentraliseerd. Je ziet het ook uitwaaien over de hele samenleving. Ook cultuur wordt gecommercialiseerd, want de economie als deelaspect van de samenleving gaat de hele maatschappij domineren. Dus cultuur wordt niet meer iets waar mensen zich kunnen ontplooien en elkaar vermaken, maar het wordt iets waaruit je geld kan verdienen. En dat structureert de cultuur. Je zou bijna kunnen zeggen, het maakt de hele cultuur een groot Hollywood.
Ik heb niet het gevoel dat de globalisering van de economie en de politiek momenteel ten koste gaat van de cultuur en de culturele diversiteit. Want ik denk wel dat de mens de machtsfactor blijft. Het is niet dat wij de slachtoffers zijn van globalisering. Je ziet overal lokale initiatieven ontstaan, mensen die de macht en het initiatief naar zichzelf toetrekken. Ook in Den Haag zie je de Blauwe Aanslag, daar worden wekelijks concerten gegeven en theater gemaakt. Dus dat is het niet. Wat wel gebeurt, is dat de invloed van de culturele industrie doorsijpelt op de rest van de samenleving, en een bedreiging vormt daarvoor. Daar moet een dam tegen opgeworpen worden. Dat proberen we met onze activiteiten te doen. Enigszins door mensen bewust te maken van de gevolgen van culturele industrie, maar ook gewoon door voortdurend eigen initiatieven op te zetten. Die diversiteit die er zeker is, is niet het gevolg van de culturele industrie, maar het gevolg van het doorzettingsvermogen en de creativiteit van mensen. En dat krijg je er natuurlijk niet zomaar onder.
Ik denk dat de commercie, op het ogenblik dat zij een niche in de markt zien, probeert die niche te ontwikkelen. Dat zag je in Seattle eigenlijk. Je hebt het kledingmerk Gap. Veel demonstranten hadden het gemunt op Gap, omdat Gap kinderarbeid in India gebruikt. Kinderen werken daar onder erbarmelijke omstandigheden. Er waren in Seattle ramen ingegooid, het was echt een focuspunt voor veel protest. En de week na de demonstraties had Gap met spuitbussen op haar eigen ramen het woord ‘Protest’ geschreven. Dit om een beetje als voorbeeld te laten zien hoe de commercie iedere niche probeert te ontginnen, naar zich toe trekt. Dat zie je eigenlijk op MTV, de hele rebelse jongerencultuur wordt gecommercialiseerd. Maar waar wíj voor zijn, zou je kunnen zeggen, is dat voor ons cultuur iets is waar je geen geld uit verdient. Als voorbeeld Eurodusnie. Wij hebben onder andere een eetcafé. Daar betaal je 2,5 euro voor een bord eten, als er een concert is, hetzelfde bedrag voor de entree. Wij hebben een weggeefwinkel, daar brengen mensen spullen die ze te veel hebben, en andere mensen kunnen die spullen gratis ophalen als ze daar zin in hebben. Je zou denken dat dat niet gaat, maar er blijft genoeg binnen komen en er blijft genoeg uit gaan om het te laten lopen. Op het ogenblik dat je iets niet commercieel maakt, als je echt op zoek gaat naar de essentie van zo’n activiteit, dan heb je een recht op voortbestaan, en dan blijf je ook voortbestaan en kun je niet vercommercialiseerd worden.
Het is niet zo dat wij ons verzetten tegen de globalisering, integendeel. Activisten en mensen in het algemeen zijn natuurlijk de basis van de globalisering. De pers noemt de globaliseringsbeweging een anti-globaliseringsbeweging. Dat is meer een reflectie op hun onkunde dan op de beweging zelf. Als je naar zo’n demonstratie kijkt, dan loopt er echt van alles rond. Ook hoe wij mobiliseren. Wij gebruiken internet, we reizen de hele wereld over. Globalisering is ook ten dele gewoon mensen die heen en weer reizen. Het zijn niet alleen de geldstromen die over de wereld heen gaan. Een ander ding is de vraag of wij een parallelle wereld proberen op te richten. Dat is het niet. Ik denk dat wij meer deel zijn van een geschiedkundige ontwikkeling die de kenmerken heeft van moderniteit, maar niet uitsluitend moderniteit. Ik ben een westerse burger, ik kan helaas niets zeggen over andere volkeren, maar daar geldt vast hetzelfde. Waar vrijheid en individualiteit centraal staan. Je ziet gewoon door de geschiedenis heen dat mensen zich toenemend bewust worden van hun omstandigheden, er grip op krijgen, zelf vorm geven aan hun leven. Die vorm is cultureel, politiek, economisch. Zij zorgen gewoon dat zij hun leven scheppen zoals zij dat willen. En daar tegenover staan de mensen die daar geld uit willen verdienen of die de creativiteit en de dynamiek van de samenleving willen gebruiken voor hun eigen voordeel. En dat zijn vaak grote bedrijven, maar ook politici. Eigenlijk zou je kunnen zeggen: zij zijn een reactie op ons. Die globalisering van mensen gaat vanzelf. Dat je er geld uit wil gaan verdienen is een reactie van de kant van de elite zou je kunnen zeggen.
Ik ben het er inderdaad helemaal mee eens dat we het Verlichtingsdenken voortzetten, alleen is het verlichtingsdenken enigszins ambivalent. Want het focust op de bevrijding, de emancipatie van de burger, het individu. Alleen wat wij doen… door de geschiedenis hebben we geleerd dat de emancipatie van het individu alleen kan samengaan met de emancipatie van de hele bevolking. Vrijheid is collectief, het is niet de liberale vrijheid van ‘mijn vrijheid begint waar jouw vrijheid eindigt’.
Waar de sociaal-democratie mooie woorden heeft, en daden niet altijd een weerspiegeling zijn van die woorden, brengen wij dat in praktijk. Wij zeggen niet: wij willen solidariteit, stem op ons, en wij willen in de toekomst ooit eens een solidaire samenleving creëren. Wij zeggen: persoonlijke vrijheid kan zich het beste ontwikkelen, kan het beste ingebed worden in solidariteit, en een solidaire samenleving creëren we nu, hier. We wachten niet op mensen om dat voor ons te doen. Emancipatie betekent dat mensen de macht over hun leven en de macht over de samenleving naar zich toe trekken. Dat eisen ze op. Dat is emancipatie van de burger. Waar de sociaal-democratie veel verantwoordelijkheid van de burger juist wegtrekt van de burger. En dat overlevert aan de staat. Die zegt: wij zullen dat wel inrichten.
In Den Haag zie je eigenlijk, zou je kunnen zeggen, globalisering in het klein. Het probleem dat wij identificeren in de globalisering zoals die nu plaatsvindt, is dat in de belangenstrijd – globalisering wordt vormgegeven, verschillende groepen strijden om de definitie van globalisering – momenteel de belangen van het kapitaal, van de markt, domineren. In de vorm van de Wereldhandelsorganisatie, de G-8, of de Wereldbank, het zijn allemaal instituties die de macht naar zich toetrekken in hun eigen voordeel. En waar voor andere belangen geen plaats is. De belangen voor het milieu, de Derde Wereld. En in Den Haag is het vergelijkbaar. Het is een gemeenschap, de gemeente Den Haag, waar een verscheidenheid aan mensen wonen, echt van alles. Mijns inziens een van de meest diverse steden van Nederland. En binnen die stad krijgen de belangen van de ministeries, van de diplomaten, van de elite, systematisch voorrang boven andere belangen. Of je nu het voorbeeld van de Zwarte Madonna gebruikt, daar wonen een paar honderd mensen in sociale huurwoningen, ze wonen prachtig, in het centrum van de stad, maar zij moeten weg want de gemeente besluit dat er een ministerie moet komen. Prachtige, gezonde gebouwen moeten afgebroken worden omdat de belangen… Het ministerie heeft trouwens al een plaats, het is niet zo dat er een plaats gezocht wordt, het ministerie moet een paar honderd meter verschoven worden, bij wijze van spreken.
Of de Blauwe Aanslag. Zo’n groot gebouw, het is al twintig jaar gekraakt. Er wonen tientallen mensen, die hebben prachtige initiatieven opgezet, van een drukkerij tot een restaurant dat goed draait, er zijn werkkamers, noem het maar en het gebeurt daar. Honderden mensen komen daar per week over de vloer, maar het gebouw moet opschuiven want er moet een bredere weg gebouwd worden. Wiens belang er gediend wordt door die grote weg, is niet altijd even duidelijk. In ieder geval niet het belang van de burgers.
Of als je door Den Haag loopt en je de Schilderswijk binnenloopt. Momenteel zie je overal van die dichtgetimmerde huizen, daar moet sociale woningbouw opschuiven voor koophuizen. En ik denk niet dat de mensen die nu in die sociale woningbouw wonen, die koophuizen kunnen kopen. Zo zie je voortdurend dat de beslissers voor de keuze worden gesteld wiens belang ze dienen. En dan kiezen ze eigenlijk systematisch voor de belangen van de machtige. En ik ben natuurlijk niet naïef, dat je ooit een samenleving kan krijgen die helemaal egalitair is, maar de beslissers zouden moeten kiezen voor de mensen die de macht níet hebben. Want de machtigen kunnen al voor zichzelf zorgen, en die doen dat ook.
Veel van de publieke instellingen zijn inderdaad gewoon door mensen in de geschiedenis opgericht en door de overheid overgenomen. Die had in de geschiedenis het idee: het is een stuk makkelijker als wij dat regelen. En dat klinkt in eerste instantie ook… dat is natuurlijk ook zo. Alleen wat gebeurd is, is dat dat collectief is opgericht. Het openbaar vervoer, de medische zorg enzovoorts, is opgericht met belastinggeld van de burger, met geld van de burger, en ook met zijn energie. En met zijn instemming. En nu wordt het vrijgegeven aan de markt. Dus eerst opgericht door de maatschappij, door ons, en nu wordt het verkocht tegen een appel en een ei en eigenlijk ten gronde gericht. Want iedereen die met de trein reist, ik stond alweer een half uur te wachten, merkt dat die collectieve voorzieningen niet door de markt geregeld kunnen worden. Bij een collectieve voorziening is er sprake van het belang van het publiek, en bij de markt gaat het om de wens van het bedrijf. Die leven gewoon met elkaar in spanning.
Als het een hopeloze zaak was, was ik er niet aan begonnen. Ik denk ook niet in termen van al dan niet hopeloosheid. In eerste instantie ben je bezig met de dingen die je leuk vindt. Ik haal er ook veel persoonlijke genoegdoening uit. Ik heb zelf ook al bij een gewoon bedrijf gewerkt, waar alles gaat om nog meer winst draaien. Dat biedt toch niet de voldoening die je krijgt als je met iets anders bezig bent, iets wat meer gericht is op echte waarde. De waarde van met elkaar iets opzetten. Zelf-organisatie is niet een idealistische toekomstvisie waarvoor je jezelf moet opofferen. Zelf-organisatie en zelf bezig zijn met mensen, leuke initiatieven opzetten die het collectief belang dienen, is iets waar je veel voldoening uit kan halen. Er is niks zo leuk als zelf het eten te maken en te zien dat honderden mensen genieten van dat vegetarisch-biologische eten.
Je moet anders kijken naar de betekenis van werk. Werk is nu in de moderne samenleving geworden tot een activiteit die je verricht en waarvoor je vergoed wordt. Dat is een hele gekke kijk op zaken. Voor mij is werk een activiteit die je verricht voor andere mensen en waarvoor die mensen je vergoeden. Ze geven je wat, enerzijds via tijd, je moet natuurlijk een dak boven je hoofd moet hebben, dus ze betalen er wat bovenop. Je wil graag een keer op vakantie gaan, dus nog wat er bovenop. En uiteindelijk heb je een bedrag waarvan je een normaal leven kunt leiden. Het is veel meer een wisselwerking. Zo’n kijk op de samenleving leidt tot solidariteit. Een kijk van ‘ik werk en ik krijg er wat voor’ leidt juist tot vernauwing van je denken. En vernauwing van je denken is natuurlijk nooit goed. Zo verken je nooit je horizon en maak je eigenlijk niks mee.
Mijn ervaring is dat er eerlijk gezegd inderdaad een soort generatiekloof is. Er is minder tussen mijn generatie en de jouwe. Zo raar als het mag klinken, we vinden veel aanspraak bij wat oudere mensen. Die herkennen veel van die idealen die wij belangrijk vinden uit hun eigen ervaring. Vaak vinden ze het juist leuk om dat terug te zien in de maatschappij. Die generatie die er tussen zit en waar we weinig aanspraak mee hebben zijn de babyboomers. De mensen die in de zestiger jaren allemaal wilde idealen hadden, en die idealen hebben opgegeven en nu met een soort cynische meerwaardigheid kijken naar jongeren die wel nog idealen hebben. Zij denken: wij hebben het geprobeerd en we zijn niet geslaagd. Maar zij nemen óns eigenlijk hun niet-slagen kwalijk. En daar zit een soort gat tussen.
Het hindert me niet echt. Wel eens kan ik me er een beetje aan irriteren. Ik vind het eigenlijk jammer dat zij hun idealen niet hebben doorgezet. In plaats van het nu op te geven en het mensen nu kwalijk te nemen, of een beetje neer te kijken op mensen die met soortgelijke idealen verder gaan. Want op zich blijven de idealen in de samenleving hetzelfde. Ik heb niet veel andere idealen dan mensen door de eeuwen heen altijd hadden. Individualiteit, je leven vorm kunnen geven, genieten van het leven, een beetje het avontuur opzoeken op z’n tijd. Of dat nou is door een goed boek te lezen of naar de film te gaan. En het samenzijn van mensen. Het zijn eeuwige idealen.
Ik denk eerlijk gezegd niet in termen van blauwdrukken. Als er één ding is dat in de geschiedenis failliet verklaard is, dan zijn het zeker blauwdrukken. Daar is het oostblok, het staatssocialisme, het schrikwekkende voorbeeld van wat kan gebeuren met in wezen goed bedoelde blauwdrukken. Mensen moeten dan hun levens gaan schikken naar wat andere mensen een blauwdruk vinden. Wat ik meer heb, en hoe ik tegen de samenleving aankijk, is dat er voortdurende democratisering plaatsvindt. Dat mensen voortdurend op zoek gaan naar nieuwe ruimtes, nieuwe niches in de samenleving waar ze zich kunnen ontplooien. Waar ze met mensen gedachten kunnen uitwisselen. En verzet kunnen bieden tegen de structuren die dat onmogelijk maken of als dat gaat wringen. Dus dat is eigenlijk meer een instelling dan echt een blauwdruk van hoe het uiteindelijk zou moeten zijn. Wat wel centraal staat is solidariteit, duurzaamheid, democratie en persoonlijke ontplooiing. Dat zijn de idealen die richting geven aan mijn insteek in de samenleving.
Door heel Europa, door de hele wereld eigenlijk, richten we initiatieven op zoals Eurodusnie of de werkgroep Globalisering waar mensen bij elkaar komen om vorm te geven aan hun idealen. Dat heeft een uitdijend effect. Bij Eurodusnie komen er wekelijks duizend mensen over de vloer die zien dat het anders kan. Die komen naar de weggeefwinkel en die zien dat mensen gewoon wat voor elkaar over kunnen hebben en dat doen omdat ze er plezier in hebben. En dat zijn zwaartepunten in de samenleving, net zo veel als Microsoft een zwaartepunt is in de samenleving. Wij vormen een netwerk dat voortdurend aansluiting zoekt bij elkaar, ideeën uitwisselt, elkaars initiatieven versterkt en nieuwe mensen bij die initiatieven betrekt. En dat werkt. Je ziet dat die beweging sinds Seattle, de eerste keer dat die echt in de media-aandacht is gekomen, alleen maar is gegroeid. De repressie ten spijt. Dat is al gezien in Genua. Het politie-optreden ging eigenlijk alle grenzen te buiten, de manier waarop de politie tegen eigenlijk een stelletje hippies opgetreden had. Die repressie van de politie is alleen maar toegenomen en het dieptepunt is eigenlijk Genua geweest, waar iemand in het openbaar het echt moest bekopen met zijn leven. Een toename van de repressie ten spijt, groeien die bewegingen alleen maar. In Seattle waren 50 duizend mensen, in Genua 200 duizend mensen. Het blijft groeien, voortdurend komen er nieuwe mensen bij die zich geïnspireerd voelen en aangesproken voelen door de beweging.
Het activisme is eigenlijk voor mij een gevolg van mijn insteek het leven te zien als een avontuur. Met mensen je grenzen en je horizonnen blijven verkennen. En met mensen belangrijke dingen ontdekken en herkennen. En de natuur, leven herkennen. Dus leven zoals het nu bestaat, als een divers en creatief geheel, blijven uitbouwen. En daardoor jezelf ook verrijkt voelen. Dus zeker niet escapisme. Eigenlijk voortdurend dieper duiken in het leven en de samenleving. En daar zeker een rol in spelen. In dat opzicht voel ik me een beetje aangesproken door de Griekse ideeën van de burger, die pas echt mens wordt door het engagement met zijn omgeving, met de samenleving. Pas door met mensen om te gaan, met ze te discussiëren, een beetje ruzie te maken, samen dingen op te zetten, pas dan ontdek je wat mens-zijn is. En individualisme, een individu zijn. Maar dat is het, die voortdurende spanning tussen zelf vorm geven aan je leven, maar dat eigenlijk met mensen moeten doen. Met wie zou je het anders doen? Die spanning tussen individualiteit en solidariteit en dat voortdurend blijven uitzoeken en grenzen blijven verkennen. En natuurlijk de kracht in de samenleving, organisaties die dat willen verwringen met hun invloed. Daar verzet tegen bieden.
Je doet inderdaad ervaring op, en die wil je graag met mensen delen. Als voorbereiding bij de campagne in Brussel hebben wij bij Eurodusnie activisten een training aangeboden. Een dag lang training waar activisten uit Nederland bij elkaar komen om gebruik te maken van de ervaring van mensen zoals ik, en vele anderen – die al in Praag waren, Genua en Zurich -, in de confrontatie met de politie. Hoe zorg je ervoor dat een situatie niet escaleert. Geconfronteerd worden met uitdagende politie of provocateurs in je eigen midden. Wat doe je daarmee? Hoe zorg je dat jij als deelnemer aan zo’n demonstratie beheerst blijft. En dat het jouw demonstratie blijft, en dat je niet de regie uit handen geeft. Of dat nou een partij is die zich binnen de demonstratie de baas wil maken, of dat het provocateurs zijn aan de kant van de politie die de demonstratie willen laten escaleren in geweld, of de politie die zich niet kan beheersen. Hoe zorg jij dat je ook in een demonstratie de baas van je leven blijft. Dat je collectief de regie over zo’n demonstratie hebt. En daar is veel interesse in. Die ervaringen die je opdoet wil je wel voortdurend blijven delen.
Ik heb enigszins ambivalente gevoelens over het feit of de politiek rekening houdt met onze beweging. Ergens is het natuurlijk een compliment als een partij jou zo serieus gaat nemen dat ze met je in discussie wil gaan en punten uit onze agenda wil overnemen. Alleen vraag ik me af wat de motivatie daarvoor zou zijn. Met de mobilisatie naar Brussel toe, zag je voor het eerst dat er meerdere partijen ook deelnemen aan de mobilisatie. Voorheen was dat niet zo. Je vraagt je natuurlijk af of dat voor eigen gewin is, of dat ze dat doen omdat ze echt achter jouw idealen staan. Als ze echt achter jouw idealen staan, waarom waren ze er dan niet vijf jaar geleden bij, toen we met veel moeite die beweging aan het opbouwen waren. Dat blijft moeilijk. Maar uiteraard gaan wij met iedereen in discussie, en we vinden het ook wel belangrijk dat onze agenda breder gedragen wordt. Je zag dat vóór de gebeurtenissen in Amerika van 11 september en de bombardementen in Afghanistan de sociaal-democratische partijen een discussie zouden hebben over globalisering. Ik zag een discussie tussen de Belgische premier Verhofstadt en vertegenwoordigers van de globaliseringsbeweging, dus er is duidelijk wel een toenadering van die twee. De vraag is of die toenadering is om de angel uit de beweging te halen, of is het omdat ze echt serieus met ons in debat willen gaan. Ik ben bang dat het niet het laatste is. Want ze stellen zich niet op hoe wij sámen verandering kunnen bewerkstelligen, maar hún agenda staat vast. Wij moeten met hén in discussie gaan over ónze agenda. Dat is natuurlijk niet een eerlijk discours tussen elkaar. Je moet allebei bereid zijn om wat in te leveren. We hebben gewoon een beetje een wantrouwige relatie tot het gezag. Van veel initiatieven die in het verleden door burgers zijn opgezet, of dat nou oog voor elkaar is of verschillende culturele initiatieven, verdwijnt veel van de creativiteit op het ogenblik dat ze worden overgenomen door de overheid. Het zou zonde zijn als dat ook met de globaliseringsbeweging zou gebeuren.
De ‘andere wereld’ kan alleen door de bevolking, door mensen zoals jij en ik vormgegeven worden. Daar hebben wij de overheid niet voor nodig. De ‘andere wereld’ is solidair met elkaar omgaan, bewust zijn van de gevolgen van je handelingen. Dat is de andere wereld. We hebben de overheid wél nodig voor de administratie van dingen. En in dit geval ook om grenzen te stellen aan vernietigende handelingen. Als Shell zou gaan investeren in Nigeria, om maar een cliché-voorbeeld te noemen, en die investeringen leiden tot de vernietiging van het leefmilieu daar, de vernietiging van het gemeenschapsleven van mensen daar, dan is de rol van de staat om daar een streep te zetten en te zeggen: dat kan niet zo. Dat kunnen wij heel moeilijk, die middelen hebben wij niet altijd in handen. En zolang de overheid niet bereid is om dat te doen, en zolang partijen niet bereid zijn om te zeggen: wij gaan grenzen stellen aan de handelingen van multinationals, dan is er eigenlijk geen serieus debat mogelijk. Voor onze idealen hebben we de overheid niet nodig, daar zijn we zelf al mee bezig. Maar in het verzet kan de overheid wel een rol spelen. Het verzet tegen de vernietiging van het leefmilieu in de gemeenschap. En daar zijn ze niet toe bereid.
Nog niet. Maar ik denk dat als je je als beweging te snel laat incorporeren, of enigszins laat incorporeren, de druk dan verdwijnt op de overheid om er echt wat aan te doen. Want de enige reden waarom een politieke partij iets doet, is omdat ze denkt anders stemmen te verliezen. Het is een kwalijke zaak om je te laten incorporeren door het partijwezen. Het staat eigenlijk lijnrecht tegenover de uitgangspunten die in de beweging leven. En dat is gewoon zelf grip krijgen op je leven en op de samenleving. En het niet voor jou laten regelen door de overheid. Het oude emancipatie-ideaal moet eigenlijk centraal blijven staan. De NS is een goed voorbeeld. De overheid heeft bij de NS geen rol gespeeld. Het is overduidelijk. Het reizigersaantal loopt alleen maar terug, er was grote tegenstand tegen de reorganisatie van de NS door het personeel. Wat de overheid doet, is eigenlijk de NS gewoon gelijk geven. Netelenbos zei: “Helaas, de NS kan niet anders.” Je kan ook een heel totaal andere manier van omgang voorstellen met het openbaar vervoer. Een democratische insteek zou zijn: kijk naar het vervoer, kijk wie allemaal belangen heeft bij een goed geregeld openbaar vervoer, en betrek die mensen erbij. Dat betekent om te beginnen uiteraard het personeel, want dat werkt met treinen, dat weet waarschijnlijk veel meer over het reilen en zeilen van treinen dan de directie. En de reizigers, er is nooit aan gedacht om reizigers bij de discussie te betrekken. En de milieubeweging, want openbaar vervoer is gewoon cruciaal in de ontwikkeling van een duurzaam transportbeleid. Maar niet één van die partijen is ooit benaderd. De enige partij was de directie, en wat is het belang van de directie? Geld verdienen.
Het is alleen vervelend dat mensen zich bewust moeten worden door negatieve ervaringen. In dat opzicht gaat het wel een andere kant op. En met de vernietiging van het Afghaanse landschap, de samenleving daar, denk ik dat veel mensen zich realiseren dat er iets moet gebeuren. Die wereldwijde alliantie kon precies doen waar ze zin in had. Ook hier zien mensen weer dat je de verantwoordelijkheid overgeeft. Er wordt gewoon niet iets gedaan aan de situatie wat echt leidt tot een oplossing. De hele bevolking werd gebombardeerd met clusterbommen, en het is alsof de overheid geen zicht heeft op hoe je echt problemen kunt oplossen. En ook dit zet mensen aan het denken. Het kan anders, het moet ergens anders naartoe. Uiteraard moet je wat doen aan de problemen. Wie ook verantwoordelijk is voor de aanslagen in Amerika moet tot de orde geroepen worden. Maar het ironische was dat 11 september de globale samenleving voor een keuze stelde: de keuze voor barbaarsheid of voor de rechtsstaat. En wij hebben gekozen voor barbaarsheid. We hebben ervoor gekozen om in plaats van een schúldige te pakken, een ónschuldige te bombarderen. Eigenlijk dezelfde misstanden te creëren als die terroristen. Wie dat ook mogen zijn. En ik hoop dat dat mensen laat realiseren dat als je een democratische samenleving wil, een samenleving zonder die vergrijpen, je dat zelf moet doen. We kunnen gewoon niet op de overheid vertrouwen om dat te doen. Als de overheid iets goeds doet, dan is dat omdat dat onder druk is van de bevolking. En zo zou het ook eigenlijk moeten zijn. Je moet het initiatiefrecht niet overgeven aan de overheid. Ik probeer daarin in ieder geval voor mijzelf het rechte pad te houden, ja.”

