Follow Steve Austen
Follow Steve on LinkedIn Follow Steve on Twitter Keep up2date with RSS

Nieuws

Internationale erkenning voor MBA Cultuur, Erfgoed en Burgerschap

Na de officiële certificering van de deeltijdopleiding MBA Culture, Heritage & Citizenship (CHC) door de Nederlands Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO), is er nu ook Europese bevestiging van de noodzaak van deze jonge masteropleiding. Een zestal Europese instellingen op het gebied van cultuur en hogeronderwijs hebben op initiatief van MBA CHC met succes een beroep gedaan op het Erasmus+ programma van de Europese Commissie om een gezamenlijk interdisciplinair Europees MBA CHC curriculum te ontwikkelen: MBA ECHC.

Erasmus+ prijst het initiatief als ‘uniek’ en ‘innovatief’: MBA ECHC biedt de mogelijkheid om met gerenommeerde internationale partners op Europees niveau kennis en ervaring te verzamelen en een belangrijke aanzet te geven voor een waarlijk Europees onderwijsprogramma, dat de vaardigheden en kennis uit de bedrijfskunde samenbrengt met die uit de kunst-, cultuur- en erfgoedsector. De Erasmus+ jury verwacht dat dit project ‘een belangrijke bijdrage gaat leveren aan de discussie over de relatie tussen erfgoed en EU burgerschap’ en daarmee de hele sector vooruit kan helpen.

Steve Austen ziet door deze Erasmus+ erkenning een impuls voor de internationale arbeidsmarkt voor culturele professionals: ‘Iedereen die zich realiseert dat de wereld van kunst- cultuur- en erfgoed steeds internationaler wordt en er nu al grote behoefte is aan all-round leidinggevenden, begrijpt dat de arbeidsmarkt voor mensen die kennis van culturele processen kunnen combineren met up-to-date zakelijk inzicht, schreeuwt om leidinggevenden met innovatieve inzichten.’

Actieve rol voor studenten

De huidige en komende lichting MBA CHC studenten in Nederland zullen hierbij actief participeren. Zo biedt MBA CHC een uitgelezen kans het eigen internationale netwerk optimaal te ontwikkelen en al tijdens de studie de internationale arbeidsmarkt te verkennen. MBA CHC en MBA ECHC hebben immers als doel de kwaliteit van het eindverantwoordelijk management in de brede internationale cultuur- en erfgoedsector te verbeteren. Austen: ‘Een erkende Europese Master in Business, Culture & Heritage geeft onmiddellijk toegang tot de markt van internationaal opererende organisaties in alle 28 lidstaten van de EU en daarbuiten. De ideale volgende stap in je carrière is een kwalitatieve uitbreiding van je netwerk en Europese ervaringen waar steeds meer vraag naar is.’

Alles is er op gericht vaardigheden en inzichten te ontwikkelen van reeds ervaren, leidinggevende professionals, consultants en ondernemers. Dit kan door eigen ervaring te combineren met een top MBA-opleiding toegespitst op de toenemende complexiteit van de vraagstukken in de culturele bedrijfstak.

Vierde lichting

De eerste intake en gesprekken voor de vierde lichting van het Nederlandse MBA CHC zijn reeds gehouden. Selectie houdt niet alleen rekening met vooropleiding en ervaring, maar ook met de toegevoegde waarde voor het (inter)nationale netwerk van studenten en docenten. De opleiding is opgezet door Amsterdam Summer University (AMSU) en The Netherlands Business Academy (NLBA) en is als gecertificeerde erfgoed-MBA deeltijdopleiding de enige in Europa.

Basis voor het netwerk

Deelnemers maken deel uit van een hoogwaardig kennisnetwerk dat, vooral ook na voltooiing van de opleiding, van onschatbare waarde zal zijn, zeker nu MBA CHC in Europees verband de eerste stappen zet. Gedurende het curriculum van twee jaar werken deelnemers en docenten in een relatief kleine groep samen en wordt de basis gelegd voor uitwisseling van kennis en participatie in netwerken en projecten, ook buiten het directe leermodel van de opleiding.

Het aantal gastdocenten bedraagt inmiddels een kleine dertig persoonlijkheden uit binnen- en buitenland. Daarvan hebben er vijftien het afgelopen cursusjaar een gastcollege gegeven.

Het oordeel van enkele deelnemers aan het MBA CHC

P.d.C., leidinggevende bij een middelgrote gemeente: “Culturele inhoud, managerial uitdagingen en fundamentele verdiepingsslag op zelfkennis op maat aangeboden; ik had deze studie graag eerder in mijn loopbaan willen volgen!”

J.B., directeur evenementen locatie/organisatie: “Deze master verschaft mij de broodnodige zakelijke basis om mijn ambities in de culturele en publieke sector waar te kunnen maken. Bovendien bieden de gastcolleges – door gerenommeerde cultureel ondernemers – veel verdieping, inspiratie en een fijne bijdrage aan mijn netwerk.”

A.v.K., leidinggevende bij gerenommeerde podiumorganisatie: “Deze opleiding zorgt voor de juiste verdieping en uitdaging. De combinatie met de zakelijke en algemene kanten van het bedrijfsleven in combinatie met cultureel ondernemen zorgt ervoor dat ik nu al het geleerde kan toepassen.”

Meer informatie via:

Menno Heling, menno@ifthenisnow.nl of 06-31974866

Initiatiefnemer van het MBA in Nederland Steve Austen is beschikbaar voor interviews. Maak een afspraak via steve@steveausten.nl

Ontsnapping uit het Land van Ooit

Wie de stand van het cultuurdebat wil afleiden uit de bewegingen en beweringen van de grote en sommige kleinere spelers in de subsidie-infrastructuur, kan niet anders dan uitgeput en in verwarring achterblijven. Één ding valt op: zowel OC&W als fondsen, Raad voor Cultuur, provincies, gemeenten, samenwerkende kunstbedrijven en cultuurwoordvoerders van politieke partijen; allen zijn ontevreden over de bestaande inrichting van het kunst- en cultuurbestel. Dat bestel, nog niet zo lang geleden ingevoerd, blijkt nu in de ogen van alle destijds betrokkenen voor drastische herziening vatbaar.

De vraag is of bijstelling, verandering of wellicht volledig nieuw optuigen van een advies-  en subsidiestelsel zin heeft  als er in brede kring geen overeenstemming bestaat over enige grondslagen van de plaats en rol van kunst in de samenleving. Zolang daar geen sprake van is kan niemand duidelijk maken waar die herziening dan wel uit zou moeten bestaan. Wat vooral opvalt is de gewenste instrumentalisering van het kunstbeleid door de  vele politieke, bestuurlijke en culturele belangengroepen, die elkaar tegenspreken en soms uitsluiten. Wie dit fenomeen ontwaart ziet zich onmiddellijk geconfronteerd met het legitimeringsvraagstuk: waarom is er eigenlijk subsidie en waaraan moet die worden besteed? Zolang het antwoord op die vraag uit de weg gegaan wordt, zal het kunstbeleid worden vormgegeven door alle mogelijke institutionele en toevallige factoren. Samenhang, waar alle bovengenoemde clubs voor pleiten, blijft dan een illusie.

Ik kan mij dan ook heel goed voorstellen dat de officiële Rijksadviseur op dit gebied, de Raad voor Cultuur, zich voor een vrijwel onmogelijke opgave gesteld ziet. De Raad zal zich dan ook noodgedwongen moeten beperken tot vooral technische en organisatorische aanbevelingen, voor de vorm voorzien van een cultuurpolitiek of kunstinhoudelijk sausje. Hoe zou je überhaupt zulke verschillende noties over uiteenlopende conceptuele en instrumentele kwesties in één, alles-en-iedereen-tevredenstellend plan kunnen onderbrengen? Laten we de meest in het oog springende buzzwoorden noemen: (nationale) identiteit, westerse cultuur, diversiteit, provinciale en gemeentelijke verantwoordelijkheid, publieksparticipatie, internationalisering , regionale spreiding, cultuurclusters, fusies en community-building, om van relaties met de creatieve industrie en de in snel tempo om zich heen grijpende social-designinterventies in bedrijfsleven en publieke sector nog maar te zwijgen.

Toch is er in mijn ogen wel een mogelijke uitweg uit dit dilemma. De Raad zou kunnen aansluiten op een bijna vergeten eigen advies uit 2007, dat merkwaardigerwijze nooit tot enig debat in de kunstwereld of de Kamer heeft geleid. In het advies Agenda cultuurbeleid & culturele basisinfrastructuur wordt de kunstwereld opgeroepen voortaan iets verder te kijken dan alleen het voortbestaan van de eigen instelling. Kennelijk is de Raad tot de slotsom gekomen dat kunstuitingen meer kunnen betekenen voor een samenleving dan het voorzien in een behoefte aan kunstgenot. De Raad introduceerde het begrip “cultureel burgerschap”. De Raad pleit ervoor meer aandacht te besteden aan de rol van het individu, de relatie tussen heden, verleden en toekomst, betekenisgeving en verdieping, en roept de kunstwereld op interdisciplinair, sectoroverschrijdend en internationaal te opereren. Dat zal moeten leiden tot meer allianties met andere partners in de samenleving: onderwijs, wetenschap, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. De Raad gaat er kennelijk vanuit dat de kunstwereld deel uitmaakt van de civil society en derhalve niet alleen verantwoordelijk is voor het eigen voortbestaan, maar ook aangesproken kan worden op de verbindingen die het kunstbedrijf met zijn omgeving aangaat.

Voorwaar een baanbrekend advies dat vervolgens oploste in het niets. Misschien was de Raad voor de afwisseling eens ‘te vroeg’; wellicht werd het advies selectief gelezen. Uit eigen waarneming bleek ook minister Plasterk desgevraagd niet te weten wat de Raad had geschreven, dus ook niet wat de door de Raad geïntroduceerde term ‘cultureel burgerschap‘, betekende. Jammer, niet eens zozeer omdat dit advies destijds geen rol van betekenis heeft gespeeld, maar toch vooral omdat het gezag van de Raad, door er op geen enkele wijze in de jaren daarna aan te refereren, ernstig is aangetast. Nota bene door eigen toedoen.

Een eenmaal door het Rijksadviesorgaan van de regering uitgebracht advies is daarmee een onderdeel geworden van de praktijk van het Openbaar Bestuur. Zolang een dergelijk advies niet is ingetrokken, blijft het logischerwijze geldig en kunnen instellingen zich erop beroepen, het is als het ware onderdeel geworden van de canon van het Nederlandse kunstbeleid. Nu kan het zijn dat men bij de Raad niet meer weet dat dit advies bestaat. Het leek mij, als burger en als liefhebber van het publieke debat en het Openbaar Bestuur, nuttig de onlangs aangetreden voorzitter van de Raad hierop te attenderen.

Ik hoop nu maar dat de Raad een helder besluit neemt, van tweeën één. Of het advies van destijds intrekken, of het gezien de huidige zoektocht naar legitimering van beleid en positionering van gesubsidieerde instellingen als aanzet nemen voor de context waarbinnen een voorstel voor een nieuw subsidiestelsel gestalte moet krijgen. Dat laatste lijkt mij niet bijster moeilijk. Soms kan kennis van het verleden helpen enige greep op de toekomst te krijgen.


Deze column verscheen eerder in MMNieuws/Special BMC Cultuurconferentie 2017. Lees het hele nummer!

DINSDAG 9 MEI, Dag van Europa, Pakhuis de Zwijger, 18:30, Schuttersmaaltijd en debat

Dag van Europa: Day of the European city and its citizens 

(Geïnspireerd op een brief- en gedachtewisseling met burgemeester Eberhard van der Laan, die inmiddels heeft toegezegd dat wij op zijn steun kunnen rekenen)

Een bijeenkomst in Pakhuis de Zwijger op 9 mei 2017 als vervolg op de eerste aldaar georganiseerde ontmoeting, precies een jaar geleden, waaraan 25 mensen deelnamen (verslag). Deze jaarlijks terugkerende uitwisseling van ideeën staat in het teken van de rol die de Amsterdamse burgers van oudsher hebben gespeeld en ook nu nog spelen in de vormgeving van de stedelijke samenleving. De verschillende vormen van ondernemend burgerschap die Amsterdam zo uniek maken worden nader uitgediept en gepresenteerd. Zo zal onder meer worden stilgestaan bij de rol van de grote Amsterdammers, persoonlijkheden die door hun maatschappelijke positie en persoonlijke welstand de stad een boost hebben gegeven. Hierbij valt te denken aan de weldoeners Samuel Sarphati en Adolf Wilhelm Krasnapolsky. Maar ook aan personen die de samenleving blijvend veranderd hebben zoals Aletta Jacobs, Jan Schaefer en Joke Smit.

Voor deze tweede bijeenkomst worden de 25 oorspronkelijke deelnemers verzocht ieder een gast mee te nemen, liefst van een andere generatie en uit een andere ervaringswereld, zodat dit platform voor het beleven van modern actief burgerschap jaarlijks organisch groeit en als zodanig een rol kan spelen in de opmaat naar Amsterdam 750 in 2025. Het ligt in de bedoeling de komende jaren nader aandacht te besteden aan de rol van onder meer:

  • de genootschappen, waaraan o.m. Felix Meritis en het Concertgebouw hun ontstaan te danken hebben
  • de initiatieven gericht op opvoeding en vorming
  • de informele initiatieven gericht op ondersteuning van mensen in nood en personen die hier toevlucht zoeken
  • de initiatieven gericht op maatschappelijke en bestuurlijke vernieuwing
  • de initiatieven die zich bezig houden met burger media
  • de initiatieven gericht op kunst en cultuur
  • de initiatieven gericht op kennis en wetenschap
  • de initiatieven gericht op pioniers en innovatie
  • de initiatieven gericht op goede doelen

Al deze initiatieven, waarvan de eerste voorbeelden te vinden zijn in de 16e en 17e eeuw, zijn te danken aan samenwerkingsvormen tussen gelijkgestemde burgers. Het gaat om kleinere of grotere verbanden van ondernemende burgers die taken op zich nemen die veelal, maar niet uitsluitend, naast hun hoofdberoep of bezigheid veel tijd en aandacht vragen. Het is deze min of meer vanzelfsprekende pioniersgeest, gepaard aan onbaatzuchtigheid die, ook nú, de levenskracht van Amsterdam uitmaakt.

Voor de bijeenkomst op 9 mei 2017 vragen we een drie- tot viertal aansprekende personen uit diverse beroepsgroepen die hun zeer persoonlijke visie zullen geven op wat burgerschap voor hen betekent in hun dagelijks leven. De volgende vragen kunnen hierbij aan de orde komen:

  • Hoe beïnvloedt het denken van de Hollandse Verlichting hun perceptie van de samenleving en welke mogelijke kansen en gevaren zien zij?
  • Is de erfenis van het Amsterdamse burgerschap uit de 17e eeuw terug te vinden in het denken en handelen van burgers en politici en in hoeverre verhoudt de geglobaliseerde werkelijkheid zich tot deze idealen?
  • Wat is de relatie met Democratie en Rechtsstaat?

Er wordt gestreefd naar een samenwerking met een zich steeds uitbreidende reeks partners naast de initiatiefnemers Pakhuis de Zwijger, Stichting Felix Meritis Foundation en mediapartner en ifthenisnow.eu. Inmiddels worden met enkelen vruchtbare gesprekken gevoerd over toetreding tot dit initiatief.

Meer over thema en motto van deze tweede bijeenkomst lees je op de website van Vrienden van Felix Meritis.

WITH A LITTLE HELP FROM OUR FRIENDS….

After having succeeded in receiving the fully recognition as a Master course for professionals from the Netherlands and Flanders , our brand new MBA Culture, Heritage & Citizenship, we now want to include various initiatives elsewhere in Europe .

This is the plan

This should lead to a joint MBA European Culture, Heritage & Citizenship (MBA ECHC) program. For this purpose leading European knowledge partners in the field of Education and Culture will cooperate to take part in a process that will  interlink their existing practices and networks, to add specific knowledge, to exchange tutors, scholars and trainers to realise an educational program that does give students and professionals in the wider culture and heritage field, more opportunities to enlarge their learning practise by including cases  from the respective countries involved.  The set-up consists of online studies via a platform, classroom lessons, workshops, seminars, conferences  and international practical cases and site visits. MBA ECHC is based on a  concept for an international study comprising of  6 modules in a period of 24 months to be concluded with a thesis.

The objective is to contribute to the trend towards contextualisation in making tangible and intangible cultural heritage accessible. This new trend in providing access to European heritage offers an opening to provide a new input for the concept of European Citizenship. (meer…)

“Die Mitte liegt Ostwärts”

“Die Mitte liegt Ostwärts”, schreef Karl Schlögel in 2002, in Nederland steeg zijn bekendheid door de indringende artikelenreeks in de Volkskrant in de dagen van Glasnost en Perestroika.

Schlögel sloot zich al vroeg aan bij het informele Gulliver netwerk dat door Günter Grass en Steve Austen in 1987 in Hilton Amsterdam werd opgericht.
In Berlijn tijdens de Berlin Conference op 9 november 2015, zag ik Schlögel sinds lange tijd, wederom in een magistrale analyse van de situatie in Europa.
Inderdaad: Berlijn is onmiskenbaar het centrum van Europa, dat centrum ligt in het oosten, in Berlijn.

"Die Mitte liegt Ostwärts"

“Die Mitte liegt Ostwärts”

Waar kun je daar beter op reflecteren dan in een Berlijns Wijnrestaurant?